Noord-Brabant
Copyright: Euregio Promotions 2002-2008
Noord-Brabant grenst in het noorden aan de Nederlandse provincies Zuid-Holland en Gelderland, in het westen aan Zeeland, in het oosten aan Limburg, en in het zuiden aan de Belgische provincies Antwerpen en Limburg. Behalve Gelderland en Overijssel heeft geen andere Nederlandse provincie zoveel 'buren'. Noord-Brabant is dan ook een grote provincie (na Gelderland de grootste) en zij bezit logistiek een belangrijke, ook grensoverschrijdende doorgangsfunctie, zowel naar het zuiden als naar het oosten.

Noord-Brabant is in sterke mate verstedelijkt, maar de bevolkingsdichtheid (491/km2) is vrijwel precies het landelijk gemiddelde (484/km2). De verstedelijking is over de hele provincie van west tot oost opvallend gelijkmatig verdeeld. Toch heeft de provincie haar landschappelijke waarden goed bewaard. Natuurschoon vindt men vooral in de nationale parken Loonse en Drunense Duinen, De Biesbosch en De Groote Peel, in het vennengebied Kampina bij Oisterwijk, het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, en in de bosrijke omgeving van Breda.
Geschiedenis
De naam Brabant is een afgeleide van Braecbant. Dit is een samenvoeging van braec, dat broek of drassig land betekent, en bant, dat streek betekent.
Tot aan de 17e eeuw was een groot deel van het gebied dat nu de provincie Noord Brabant vormt deel van het Hertogdom Brabant, waarvan het grootste stuk tegenwoordig in België ligt. In de 14e en 15e eeuw beleefde Brabant zijn Gouden eeuw. In het bijzonder gold dat voor de steden Brussel, Antwerpen, Leuven (in België), Breda en 's-Hertogenbosch.
Na de ondertekening van de Unie van Utrecht in 1579, werd Brabant onderwerp van gevecht tussen de protestante Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het katholieke Spanje dat de Zuidelijke Nederlanden bezette. Met de Vrede van Westfalen ging het noordelijke deel van Brabant deel uit maken van de Republiek, en werd dat aangeduid als Staats-Brabant.
Pogingen om Brabant protestant te krijgen mislukten en Noord-Brabant fungeerde vervolgens voornamelijk als militaire bufferzone. Het feit dat de overgrote meerderheid van de bevolking katholiek was, vormde de hoofdreden waarom dit gebied niet als volwaardige, achtste provincie tot de Republiek werd toegelaten; dat werd namelijk als te riskant beschouwd. In 1795 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de Bataafse Republiek, die de katholieken als gelijkwaardige burgers erkende en waarbinnen generaliteitsland Staats-Brabant een provincie werd, met de naam: Bataafs-Brabant. Deze toestand eindigde tijdens de Franse overheersing toen het gebied werd opgedeeld over verschillende departementen.
Na de val van Napoleon in 1815 werd bij het Congres van Wenen bepaald dat onder andere de Oostenrijkse Nederlanden en de voormalige Bataafse republiek samengevoegd werden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Heel het gebied van het oude hertogdom Brabant werd nu weer in één staat verenigd en verdeeld in drie provinciën: Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant (met Brussel en Leuven). Noord-Brabant werd bij die gelegenheid uitgebreid met enkele stukken van Holland (de gebieden ten zuiden van het Hollandsch Diep en de Merwede) en de voormalige heerlijkheden Megen, Boxmeer, Gemert en Ravenstein.
Tijdens de Belgische Opstand bestond er onder de bevolking van het voor 90% katholieke Noord-Brabant wel enige sympathie voor de Belgische zaak, maar die bleef binnen de perken en de uitingen daarvan konden door de Nederlandse autoriteiten zonder veel moeite worden onderdrukt.
Vanaf het einde van de 19e eeuw werd de provincie meer en meer geïndustrialiseerd. Textiel werd geproduceerd in Tilburg en Helmond, terwijl Eindhoven uitgroeide tot de vijfde stad van Nederland dankzij Philips en DAF. Voormalige kleine plaatsen groeiden zo snel uit tot nieuwe industriesteden. Breda en 's-Hertogenbosch stonden bekend als historische centra en als oude garnizoensteden van Brabant, getuige de vele kazernes die de beide gemeentes herbergen. Daarnaast is ook Bergen op Zoom een oude garnizoenstad met een monumentale historische kern.
Natuur
Evenals het grootste deel van Nederland is Noord-Brabant relatief vlak en bestaat uit dekzandgebieden, doorsneden door beekdalen. In het noorden vinden we de rivierkleigebieden en in het noordwesten vinden we nog restanten van het vroegere Hollandveen. De grote hoeveelheden woeste gronden (heidevelden en stuifzanden) uit het verleden zijn grotendeels in cultuur gebracht, bijvoorbeeld door bebossing. Enkele stuifzand- en heidegebieden zijn bewaard gebleven, zoals in het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen en de Kampina. In het oosten van de provincie vinden we enkele hoogveenrestanten in de verschillende reservaten van de Peel. De grens van de provincie wordt in het noorden gevormd door de rivier de Maas. De Maas loopt uit in de Maasdelta en vormt daar het Nationaal Park De Biesbosch.
St. Jans Kathedraal, 's-Hertogenbosch
Loonse- en Drunense duinen
Biesbosch
Spanjaardsgat met oude haven, Breda
Bergen op Zoom, Grote Markt